Wij hebben een aantal CD's opgenomen met muziek uit het zgn. Vierstemmenboek. Wat is dat boek nu eigenlijk ?

Geschiedenis van het stemboek en notenschrift. 

De psalmen zijn in Genève weer ingevoerd door Joh. Calvijn. Ze zijn berijmd door Marrot en Beza. Enkele zijn door een medewerker van Luther berijmd, en door een medewerker van Calvijn vanuit Straatsburg meegenomen naar Genève, en enkele zijn door Calvijn zelf berijmd. Ze zijn getoonzet door Maistre Pierre en Louis Bourgeois tussen ± 1540 en ± 1560. In 1566 zijn ze door Petrus Datheen in het Nederlands vertaald. Door muziekmeester Claude Goudimel zijn de drie stemmen Bas, Discant en Alt toegevoegd. Zo ontstonden de vier stemmen, zoals wij ze nu nog zingen. Deze vier stemmen zijn gemaakt om in gezinnen of in groepsverband te zingen. Omdat iedereen geen muzieknoten kon lezen, gaf Izaäk van de Putte (boekverkoper in Amsterdam) opdracht aan Cornelis de Leeuw (muziekmeester) om een eenvoudig notenschrift te ontwikkelen voor dit psalmboek. Dit gebeurde in 1746, en zo ontstond het zgn. vier-stemmenboek.

Bij het zangonderricht bestond behoefte aan een eenvoudiger aanduiding van de muzieknoten c,d,e,f,g,a,b. Het is juist een schitterende vondst van de benedictijner leraar Guido van Arezzo, die in Pomposa de koorjongens van de kloosterschool opleidde, en hen leerde zingen met ut,re,mi. Die benamingen kwamen van de beginlettergrepen van bekende verzen van de Johannushymne. Ut (querant laxis), Re (sonare fibris), Mi (ra gestorum), Fa (muli tuorem), Sol (ve polluti), La (biireatum). De S en de i voor Si komen samen van Sancte Ioanne. Vertaald : “opdat wij ons gemoed kunnen uitstorten in ‘t bezingen van uw wondere leven, geef zuiverheid aan onze lippen, heilige Johannus”. Het vormde een weldoordacht en toepasselijk onderdeel van zijn onderwijsmethode. Dat de eerste toon later ter wille van de klank in Do veranderde, kwam de toonladder ten goede. Guido van Arezzo bedacht ook de muzieknotatie, waarbij de C en de F op een eigen lijn werden geschreven. Voorheen werden de C en de F geschreven als sleutels. Later zijn twee lijnen toegevoegd, waarop en waar tussen de overige noten hun huidige plaats kregen.

Het zingen op absolute toonnamen (a,b,c enz.) kweekt onvoldoende, of niet, het gevoel voor toonrelatie’s aan. Aan dit bezwaar komt een systeem van relatieve toonnamen tegemoet. In zo’n systeem heeft een grote-tertstoonladder altijd dezelfde zeven namen, onverschillig op welke absolute toonhoogte deze gezongen worden. Zoals reeds eerder gezegd, de solmisatie, het meest gebruikte systeem, stamt grotendeels af van Guido van Arezzo, die dit systeem omstreeks 1030 ontworpen heeft, en is slechts weinig gewijzigd. Nadat reeds eerder Ut in Do veranderd was (van Dominus, Heer) en de toonnaam Si was toegevoegd, hadden alle zeven tonen van de diatonische toonladder nu hun eigen naam.
De Engelse muziekpedagoog John Curwen veranderde in de vorige eeuw de Sol in So, en de Si in Ti, zodat alle lettergrepen met een andere medeklinker beginnen. De namen van de verhogingen en verlagingen geeft men gewoonlijk aan door de vocalen te veranderen. De donkere oe- klank geeft de verlagingen weer, de heldere uu- klank de verhogingen. De halve noten heten: (tussen haakjes de naam van de verhoogde/verlaagde toon) Do [du/-], Re [ru/roe], Mi [-/moe], Fa [fu/-], So [su/soe], La [lu/loe], Ti [-/toe]. Deze noten waren bedoeld om op te zingen, het zijn dus zangnoten.

Toonladder 

Als er vóór de noot een # staat, betekend dit, dat de noot een halve toon hoger gezongen moet worden. Staat er een b voor de noot, dan zingt men de noot een halve toon lager. In tegenstelling tot het “gewone” notenschrift kent het vierstemmenboek géén herstellingstekens. Staat er vóór de noot een kruis of mol, dan geldt deze ook voor de volgende noten, zolang ze niet gevolgd worden door een andere noot. (zie onderstaand voorbeeld)
De toonladder wordt dus als volgt: Do-Di-Re-Di-Mi-Fa-Fi-Sol-Sé-La-Sé-Ci-Do. De afwijkende benamingen voor de halve noten liggen beter in het gehoor, en worden al van oudsher gebruikt door de diverse zangverenigingen die gebruik maken van het vier-stemmenboek.

Gebruik van dit boek 

Nog enkele opmerkingen met betrekking tot het zingen van psalmen op vier stemmen : ( overgenomen uit de druk van 1973 )
De eerste stem of Tenor, (zoals wij de gewone kerkstem noemen) van bijv. Psalm 1 staat genoteerd in B-mol, de Bas (als tweede stem) in B-duur, en de Alt en Discant (derde en vierde stem) opnieuw in B-mol. De eerste noot van de Tenor is een Sol, de Bas begint met een Do, de Discant met een Mi, en de Alt met een hoge Do. De toonhoogte van de Do bij de Bas is even hoog als de Do bij de Tenor, ondanks dat ze verschillend genoteerd staan. Als deze vier stemmen zuiver inzetten en zuiver blijven zingen brengen zij een muzikaal akkoord voort. Van de meeste Psalmen waar de Tenor in B-mol staat, is de Bas genoteerd in B-duur, en de Alt en Discant in B-mol. Staat de Tenor in B-duur, is de Bas meestal B-mol, en de Alt en Discant weer B-duur. (enkele uitzonderingen daargelaten) Het komt wel voor dat de Tenor en Discant in B-mol staan, en de Bas en Alt in B-duur, maar dan moeten de noten van de Alt een octaaf hoger gezongen worden dan de noten, op dezelfde lijn staande, van de Bas, zodat de Alt in deze Psalmen altijd de hoogste stem is. De Discant loopt meestal tussen de Tenor en de Bas, behalve in enkele Psalmen (“Choorstemmen”) waar de Discant soms hoger is dan de Tenor.

Het is vooral belangrijk, om die noten die met een kruis of mol staan getekend vooral de echte klank te geven, te weten aan die met een kruis een halve toon hoger, en met een mol een halve toon lager dan dat de gestelde hoogte aangeeft. Daar tegenover staat, dat men géén kruis of mol moet zingen die er niet staat, omdat men het mooier vindt klinken, want men moet in deze vier stemmen niet elke stem op zich zelf, maar in verband met de andere stemmen aanmerken. Door het verleggen van een halve toon zal er een geheel andere klank ontstaan. Als laatste moet men in acht nemen, dat men géén gebruik maakt van sierlijk en zwierig draaien in het zingen, omdat dit eerder verwarring geeft, dan dat men een goed akkoord hoort. Ook is het hinderlijk voor de andere stemmen. Probeer eerder de klank zuiver te houden, zonder sier er bij, want de zuivere klanken der vier stemmen geven sieraad genoeg aan de toehoorders en zangers zelf, en hoe groter en sterker de partijen zijn, hoe beter, mits dat elke partij haar stem zuiver houdt.